Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
VersiegeschiedenisVersiegeschiedenis

Type test

Virulantiefactoren Clostridium difficile

Info

 

1. Beschrijving van de test
De test bestaat uit
 
1) testen op toxines in ontlasting of kweek door middel van enzymatisch immuno-assays.
 
2) het toxigene vermogen van C. difficile te evalueren aan de hand van het cytopathogene effect op celculturen.
 
3) met een multiplex gelijktijdig de genen voor toxine B (tcdB), binair toxine (cdt) en de deletie op positie 117 in het regulatiegen tcdC opsporen. Deze test maakt het ook mogelijk virulente en hypervirulente stammen te onderscheiden.
 
2. Doel van de test
De belangrijkste virulentiefactor van C.difficile is cytotoxine B. De meeste pathogene stammen zijn toxine A- en toxine B-positief (A+B+) of, wat zeldzamer is, toxine A-negatief en toxine B-positief (A-B+). Een klein aantal C.difficile-stammen produceert ook een binair toxine. De binaire toxinelocus bevat twee verschillende genen (cdtA en cdtB). Bij hypervirulente stammen zoals 027/NAP1/BI kunnen naast de A&B- en binaire toxinegenen ook mutaties in het toxine-downregulatiegen (tcdC), namelijk een deletie bij nucleotide 117, worden aangetoond. Deze zouden van invloed zijn op de hoeveelheid toxine die de stam kan produceren.
 
3. Criteria voor het uitvoeren van deze test in het kader van de referentie activiteiten.
Na contact opgenomen te hebben met het laboratorium.
 
4. Instructies voor monsters
De stam moet als reincultuur worden aangeleverd en vers uitgeënt zijn op een geschikt medium. Geschikte media zijn: diepe gelose, bloedplaat anaeroob verpakt van type Anaerogen Compact (Oxoid), Anaerocult p (Merck) of andere dergelijke methodes, gereduceerde media, thioglycolaat of buisjes van het type « port a cul ». Hoewel het wordt aanbevolen om kweken op te sturen, accepteert het NRC ook stoelgangstalen.
 
5. Instructies voor het transport
Transport kan het best gebeuren onder anaerobe omstandigheden. Vervoer bij kamertemperatuur als het monster binnen 6 uur na afname in het lab aankomt, of gekoeld binnen 72 uur (daarna kan de ontlasting worden ingevroren bij -20°C). Zorg ervoor dat de buisjes goed gesloten zijn om "lekken" te voorkomen; hiertoe kunt u het gesloten buisje in parafilm wikkelen.
Het monster wordt met absorberend materiaal in een transportblisterverpakking verpakt. Deze secundaire verpakking kan ook een plastic zip-lock zakje zijn. Deze wordt dan in een enveloppe of doos gedaan.
Volgens de geldende richtlijnen moet op de buitenverpakking het volgende symbool worden aangebracht: UN3373 Biologische stof categorie B
Het NRC stelt geen materiaal voor staalafname ter beschikking.
  
6. Onaanvaardbare aanvragen
Monsters die beschadigd zijn of gelekt hebben in de verpakking.
Monsters met ontbrekende informatie.
 
7. Turn around time (en de frequentie van analyse)
Maximaal 10 werkdagen. Met uitzondering van de cytopathogene test, die na maximaal 42 dagen kan worden beantwoord.
  
8. Rapportering van testresultaten
Per post.
Indien uitdrukkelijk gevraagd op het aanvraagformulier, per fax of e-mail.

nr

3

Bijlagen

Inhoudstype: Item
Versie: 4.0
Gemaakt om 31-8-2015 14:28 door Muyldermans, Gaetan
Laatst gewijzigd op 23-8-2021 7:03 door Klamer, Sofieke