Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
VersiegeschiedenisVersiegeschiedenis

Type test

Ribotypering

Info

1. Beschrijving van de test:
De ribotyperingstechniek is gebaseerd op het bestaan van meerdere ribosomale RNA-operons in de bacteriën. Deze coderen voor de 16S-23S-5S genen. De 16S- en 23S-genen worden gescheiden door een intergene (niet-coderende) regio van variabele grootte. De ribotyperingstechniek bestaat erin deze intergene regio's, die dus in aantal en lengte variëren, te amplificeren via PCR. De gekozen primers maken amplificatie mogelijk van het segment van het 16S-gen naar dat van het 23S-gen. De verkregen amplicons worden geanalyseerd door capillaire elektroforese op een sequencer. In samenwerking met verschillende Europese teams wordt voortdurend gewerkt aan de harmonisatie van de nomenclatuur. In ons referentiecentrum zijn al meer dan zeshonderd verschillende profielen geïdentificeerd. Wanneer de Europese nomenclatuur (Brazier) wordt gebruikt, wordt het ribotype aangeduid met het voorvoegsel "EU", terwijl de andere ribotypen het voorvoegsel "UCL" hebben.
 
2. Doel van de test:
In het kader van groeiende incidentie en oprukkende hypervirulente stammen van Clostridioides difficile infecties (CDIs) organiseert Sciensano een nationale surveillance in ziekenhuizen om de basisincidentie van CDIs in ons land te bepalen. 
Tussen juli 2007 en december 2014 behoorde C. difficile (CDI) tot de verplichte nationale surveillances met een minimum deelname van 1 semester (6 maanden) per kalenderjaar (Koninklijk Besluit van 19 juni 2007) en dit voor alle algemene ziekenhuizen, met uitzondering van de geïsoleerde Sp- en G-diensten en -ziekenhuizen met minder dan 150 bedden, de Sp-diensten en -ziekenhuizen voor palliatieve verzorging, en de eenheden waar ernstige brandwonden worden verzorgd. Een eerste versie van het protocol verscheen in juli 2006.
Vanaf 2015 is deelname niet langer verplicht (Koninklijk Besluit van 8 jan 2015). Er is echter een verplichting om deel te nemen aan minimum één van de volgende vier surveillanceprogramma's voor ziekenhuizen - Clostridioides difficile, vancomycine-resistente enterokokken, bacteriëmien en longontstekingen op de intensive zorgen, of postoperatieve wondinfecties.
 
3. Criteria voor het uitvoeren van deze test in het kader van de referentie activiteiten.
De geïsoleerde stammen van (maximum) 5 opeenvolgende patiënten, verzameld gedurende de surveillanceperiode, worden opgestuurd naar het referentielaboratorium, samen met de print-out van het registratieformulier op de NSIHweb site, als bewijs van registratie in het epidemiologische surveillancesysteem. De registratie van het geval moet niet volledig zijn (zo kan men bijvoorbeeld de typering vragen alvorens men de evolutie van de patiënt kent) maar het formulier moet minimaal de volgende gegevens bevatten: code van het insturende laboratorium, unieke patiëntcode, de automatische code en het NISS-nummer.
 
4. Instructies voor monsters
De stam moet als reincultuur worden aangeleverd en vers uitgeënt zijn op een geschikt medium. Geschikte media zijn: diepe gelose, bloedplaat anaeroob verpakt van type Anaerogen Compact (Oxoid), Anaerocult p (Merck) of andere dergelijke methodes, gereduceerde media, thioglycolaat of buisjes van het type « port a cul ». Hoewel het wordt aanbevolen om kweken op te sturen, accepteert het NRC ook stoelgangstalen.
 
5. Instructies voor het transport
Transport kan het best gebeuren onder anaerobe omstandigheden. Vervoer bij kamertemperatuur als het monster binnen 6 uur na afname in het lab aankomt, of gekoeld binnen 72 uur (daarna kan de ontlasting worden ingevroren bij -20°C). Zorg ervoor dat de buisjes goed gesloten zijn om "lekken" te voorkomen; hiertoe kunt u het gesloten buisje in parafilm wikkelen.
Het monster wordt met absorberend materiaal in een transportblisterverpakking verpakt. Deze secundaire verpakking kan ook een plastic zip-lock zakje zijn. Deze wordt dan in een enveloppe of doos gedaan.
Volgens de geldende richtlijnen moet op de buitenverpakking het volgende symbool worden aangebracht: UN3373 Biologische stof categorie B
Het NRC stelt geen materiaal voor staalafname ter beschikking.
  
6. Onaanvaardbare aanvragen
Monsters die beschadigd zijn of gelekt hebben in de verpakking.
Monsters met ontbrekende informatie.
 
7. Turn around time (en de frequentie van analyse)
Maximaal 42 dagen.
  
8. Rapportering van testresultaten
Per post.
Indien uitdrukkelijk gevraagd op het aanvraagformulier, per fax of e-mail.

nr

2

Bijlagen

Inhoudstype: Item
Versie: 5.0
Gemaakt om 31-8-2015 14:19 door Muyldermans, Gaetan
Laatst gewijzigd op 23-8-2021 8:22 door Klamer, Sofieke