Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud

Burkholderia cepacia complex

:

Testaanvragen: Eerste identificatie en karakterisatie van andere inerte isolaten (UZ Brussel)

VersiegeschiedenisVersiegeschiedenis

Type test

Eerste identificatie en karakterisatie van andere inerte isolaten (UZ Brussel)

Info

1. Beschrijving van de test
1.1. Identificatie (eerste stap)
Na kweek op een agarmedium wordt een MALDI-TOF massa spectrometrie analyse uitgevoerd. Het resultaat van deze eerste analyse wordt onmiddellijk gerapporteerd. In functie van het micro-organisme kan deze eerste identificatie tot genus of species niveau gaan (bvb. Achromobacter spp. worden op genus niveau gerapporteerd, terwijl Stenotrophomonas maltophilia op species niveau wordt gerapporteerd).
 
1.2. Randomly amplified polymorphic DNA typering (RAPD)
De isolaten worden met RAPD getypeerd om snel een evaluatie te bekomen van de mogelijke verwantschap met voorafgaande isolaten van dezelfde patiënt.
 
1.3. Antibioticagevoeligheidstesten
De Etest methode wordt gebruikt om de gevoeligheid van het isolaat t.o.v. relevante antibiotica te bepalen: piperacilline, piperacilline/tazobactam, aztreonam, ceftazidime, meropenem, ciprofloxacine, tobramycine, amikacine, trimethoprim/sulfamethoxazole, colistine en temocilline. Antibiotica met natuurlijke resistentie voor bepaalde groepen zullen niet getest worden, maar wel als resistent op protocol worden  vermeld (voorbeelden: piperacilline, piperacilline/tazobactam, ceftazidime, meropenem, tobramycine en amikacine voor S. maltophilia en colistine voor B. gladioli).
 
2. Doel van de test
Het doel van de test is een preliminaire identificatie van inerte Gram negatieve bacillen. De gevoeligheidsbepalingen moeten een hulp zijn voor de antibiotherapie. Er moet echter vermeld worden dat er weinig interpretatieve richtlijnen bestaan voor deze micro-organismen en dat de resultaten dus voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd.
 
3. Criteria om deze test uit te voeren in het kader van de referentieactiviteiten
  • Mucoviscidose patiënten: er wordt aan de laboratoria voorgesteld voor elke geïnfecteerde of gekoloniseerde patiënt om twee respiratoire isolaten per jaar en per bacteriële species naar het NRC te refereren.
    Andere patiënten: enkel met een uitgebreide motivatie (epidemie, bijzondere klinische presentatie, ..).
 
4. Staalname
4.1. Specimens
Bacteriële isolaten uit eigen kweken van de respiratoire secreten van mucoviscidose patiënten of uit relevante klinische monsters van andere patiënten.
 
4.2. Bewaring
nvt
 
5. Transport
De isolaten worden naar het NRC getransporteerd zonder koeling. Materiaal (tubes met voedingsbodem of agar platen) van het eigen laboratorium kan hiervoor gebruikt worden voor een transport volgens UN3373 (zie omzendbrief WIV:
https://www.wiv-isp.be/ClinBiol/bckb33/what_is_new/envoi_echantillon/envoi_nl.htm).
Het NRC verdeelt geen materiaal..
 
6. Onaanvaardbare aanvragen
6.1. Indicaties
  • Niet klinisch relevante isolaten.
  • Pseudomonas aeruginosa of Acinetobacter spp. isolaten.
  • Isolaten uit de omgeving (tenzij speciale afspraak met het NRC voor speciale omstandigheden zoals het onderzoek van een epidemie).
  • Isolaten zonder ingevuld formulier
  • Maximaal twee isolaten per species per patiënt per kalenderjaar worden aanvaard.
6.2. Staalname
Het NRC aanvaardt geen primaire klinische stalen.
 
7. Turnaround time.
  • Preliminaire identificatie: 2 werkdagen. Een eerste MALDI-TOF MS analyse is meestal na overnacht incubatie mogelijk. Het resultaat is dan de eerste dag na ontvangst van het isolaat beschikbaar.
  • Antibiotica gevoeligheid: 5 dagen
  • RAPD typering: 14 dagen
 
8. Rapportering van testresultaten
  • Via de post
  • Via Medibridge voor de laboratoria en voorschrijvers die een aansluiting met het UZ Brussel hebben

 

nr

3

Bijlagen

Inhoudstype: Item
Versie: 2.0
Gemaakt om 18-12-2014 15:35 door Muyldermans, Gaetan
Laatst gewijzigd op 18-12-2014 15:45 door Muyldermans, Gaetan